|
Het jaar 2008 gaat voor Ferrari de boeken in als het jaar waarin de nieuwe California het levenslicht zag (klik hier). Tevens was 2008 het jaar waarin een SWB California Spyder op een veiling een recordbedrag van bijna $11 miljoen opbracht (klik hier). Vijftig jaar geleden was de 250 GT LWB California Spyder de eerste Ferrari die de naam California droeg. Een nadere kennismaking met deze oer-California, waarvan er één exemplaar in Nederlandse handen is.
Dit artikel is ook gepubliceerd in La Strada Magazine #4, december 2008 - maart 2009 (www.lastradamagazine.nl).
Ferrari 250 GT LWB California Spyder: ‘California Dreamin’
tekst en foto’s: Wouter Brand (contact:
Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken
)
Het ontstaan van een ‘bella machina’
“Wat dacht je van een sportieve open Ferrari, geschikt voor op de weg en op het circuit?” Het is 1957. Luigi Chinetti en/of Jon van Neumann - historici zijn er niet helemaal uit - hebben het idee dat een dergelijke Ferrari in de smaak zou vallen bij de welgestelde bewoners van de zonnige staten in Amerika. Kennis van zaken kun je ze niet ontzeggen; Luigi Chinetti, de naar Amerika geëmigreerde Italiaan die de eerste en geruime tijd enige Ferrari-vertegenwoordiger in Amerika werd, en Jon van Neumann, ervaringsman met het verkopen van MGs en Porsches vanuit zijn showroom in Hollywood, Californië, en sinds kort vertegenwoordiger van Ferrari in West-Amerika.
Aan het eind van het jaar waarin Ferrari tien jaar als kleine, zelfstandige autofabrikant bestond, hadden in totaal zo’n 500 straatauto’s de poorten van de fabriek in Maranello sinds 1947 verlaten. 1957 werd het eerste jaar waarin Ferrari’s jaarproductie van straatauto’s de 100 oversteeg. Ter vergelijking: in 2006 bouwde Ferrari 5671 auto’s en in 2007 stond de teller al op 6.465...
In die tien jaar waren zeer veel verschillende typen Ferrari verschenen, allen in kleine tot zeer kleine series (minder dan 30 exemplaren). Sinds 1956 produceerde Ferrari de 250 GT Pinin Farina Cabriolet, een zeer stijlvolle, open Gran Turismo. Ferrari’s vertegenwoordigers in Amerika zagen ruimte voor een sportievere open Ferrari, waarbij gedacht werd aan een open versie van de 250 GT berlinetta, die de bijnaam “Tour de France” kreeg nadat dit type in 1956 deze wegrace in Frankrijk had gewonnen.
Enzo Ferrari zag wel wat in het idee uit Amerika. Het model dat uit het idee voortkwam werd vernoemd naar de staat aan de zonnige westkust van Amerika, waar naar verwachting de vraag het grootst zou zijn.
De eerste productieversie van de Ferrari 250 Gran Turismo Spyder California, zoals de auto voluit heet, verscheen in juni 1958. Pas enkele maanden later, in december 1958, werd de auto formeel aan de pers voorgesteld tijdens Enzo Ferrari’s jaarlijkse persconferentie.
Lid van de 250 GT-familie
De California Spyder is een lid uit de beroemde 250 GT-familie van Ferrari. Deze familie bestaat uit een groot aantal modeltypen uit de periode 1954-1964, waarbij de naam refereert aan de 3-liter V12 motor met 250 cc inhoud per cilinder, die de gehele familie gemeen had. Naast deze V12 als gemeenschappelijk kenmerk, kenden alle modeltypen verschillen in chassis, carrosserie en motoruitvoering.
Om het nog boeiender – en ingewikkelder – te maken, waren er ook verschillen tussen de versies van hetzelfde type. Uit de papieren archieven blijkt dat er vijftig chassisnummers zijn toegewezen aan een Long Wheel Base (LWB) California Spyder, zodat algemeen wordt aangenomen dat er vijftig zijn gebouwd. Het prototype (s/n 0769 GT) was gereed in december 1957. Het eerste productiemodel (s/n 0919 GT) verscheen zes maanden later, in juni 1958. De laatste LWB California Spyder (s/n 1715 GT) liep in februari 1960 van de band.Van deze vijftig zijn er van twee auto’s geen nadere gegevens bekend (s/n 1413 GT en 1507 GT), zodat het onzeker is of deze ook daadwerkelijk zijn gebouwd.
 De basis: het chassis
Alle LWB California’s werden gebouwd op een variant van chassistype 508 met een lengte van 2600 mm. Dit chassistype debuteerde in 1954 bij de tweede serie van de 250 GT Europa. De eerste negen California’s werden gebouwd op chassisvariant 508 C, een derde evolutie van het 508 chassis.Vanaf de tiende California (s/n 1011 GT) hadden alle California’s chassis 508 D. Het verschil zit in enkele anders geplaatste en verstevigde dwarsverbindingen. Van één California is bekend dat die chassis 508 F als basis heeft (s/n 1641 GT), de vierde chassisversie met wederom enkele aanpassingen in de verbindingen.Alle California’s zijn linksgestuurd. De California’s werden van oudsher geleverd met trommelremmen. Vanaf de 33e gebouwde California (s/n 1497 GT), vanaf najaar 1959, monteerde Ferrari schijf- i.p.v. trommelremmen. Vanaf begin 1960 gebruikte Ferrari voor de 250-serie een korter chassis van 2400 mm (type 539). Ferrari bouwde op dit kortere chassis een tweede serie van de California Spyder. De eerste serie werd sindsdien de Long Wheel Base (LWB) genoemd om deze te onderscheiden van de latere versie met de korte wielbasis (Short Wheel Base; SWB).
Carrosserie: maatpak, geen confectie
Omdat Pinin Farina, de carrosserieontwerper en -bouwer die in die tijd de handen vol had met de productie van de Ferrari 250 GT Pinin Farina Cabriolet, vroeg Enzo Ferrari aan Scaglietti om het idee uit Amerika verder uit te werken. Sergio Scaglietti, carrosseriebouwer van de sportieve competitie-Ferrari’s, ging aan de slag op basis van chassis 0769 GT. Zowel op het chassis hiervoor (s/n 0767 GT) als hierna (s/n 0771 GT), had Scaglietti Tour de France berlinetta body’s gebouwd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Scaglietti voor de California het door Pinin Farina getekende design van de Tour de France berlinetta als uitgangspunt nam.
In tegenstelling tot de Tour de France werd de carrosserie van het prototype en van de meeste productiemodellen van de California uit staal gemaakt, met aluminium voor de deuren, motorkap en achterklep. Negen California’s werden helemaal van aluminium gebouwd en de meeste daarvan werden voorzien van een op competitie gerichte motor.
In 1959 stelde Scaglietti een glasvezel hardtop beschikbaar als optie. Doordat slechts enkele eigenaars deze optie namen, betekent deze hardtop vandaag de dag een belangrijke meerwaarde voor de auto.Hoewel er in uiterlijk geen twee California Spyder’s hetzelfde zijn, hebben ze wel (bijna) allemaal de volgende overeenkomsten:
- aluminium luchtroosters achter de voorwielen met louvres (op een enkeling na); - ovale grill (soms met mistlampen) met steigerend paard in het midden; - luchtinlaat in de motorkap; - afgedekte koplampen (met uitzondering van negen versies met ‘open’ koplampen); - kleine lampen links en rechts van de grill; - smalle, verticale achterlichten in twee delen (latere versies in één deel); - verzonken deurklinken (met uitzondering van de allerlaatste versies die echte handgrepen hadden); - knik in de taillelijn tussen deur en begin van het achterscherm; - verchroomde bumpers voor en achter, in enkele gevallen met verticale delen (‘bumperettes’); - Borrani spaakwielen.Hoewel niet ongebruikelijk bij de 250 GT-serie, zijn er van oorsprong geen California Spyder’s gebouwd door andere carrosseriebouwers dan Scaglietti.
 Het interieur: niets te veel
De doelstelling dat de California geschikt moest zijn voor op de weg én op het circuit kwam tot uitdrukking in het interieur: daar zat niks te veel… Twee eenvoudige stoeltjes (zonder hoofdsteunen), rubberen matjes op de vloer en een zwart, eenvoudig dashboard zonder middenconsole. Achter het stuur zaten twee grote klokken; links de toerenteller en rechts de snelheidsmeter. In het midden van het dashboard zitten rechts naast het contactslot achtereenvolgens ronde meters voor de olie, olietemperatuur, motortemperatuur, benzine en een klokje.Interessant is dat het prototype een afwijkend dashboard heeft, namelijk dat van de toenmalige Tour de France Berlinetta. Dit dashboard heeft alle meters in een cluster achter het stuur, behalve de benzinemeter en het klokje, die in het midden zitten.
Het hart: de motor
Alle California’s hadden de door Gioacchino Colombo ontwikkelde twaalfcilinder van 2953 cc in een V-vorm met een blokhoek van 60° in het vooronder liggen. De motor heeft een boring en slag van respectievelijk 73 mm en 58.8 mm. In standaardfiguratie, met een compressie-verhouding van 9.2:1 en drie Weber 36 DCL 3 carburateurs, produceert de motor 240 pk. Vroege California’s hadden slechts één (spannings)verdeler. Deze werden later i.v.m. de storingsgevoeligheid vervangen door een dubbele.De eerste acht California’s hadden motortype 128 C, gevolgd door type 128 D (met versterkte krukas) tot en met de 41e gebouwde California (s/n 1581 GT).
De buitenbeentjes zijn de negen California’s met motortype 168 en 128 F, gebouwd voor competitiedoeleinden en geïnspireerd op de motor van de legendarische 250 Testa Rossa. Deze motoren hebben de bougies aan de buitenkant van de ‘V’ (de zogenaamde ‘outside plug engine’) en cilinderkoppen met ’n dubbel aantal (12) inlaatkanalen, waarmee ze goed waren voor zo’n 260 pk bij 7000 toeren.Vier aluminium California’s kregen motortype 168 (s/n 1603, 1615, 1639 en 1641 GT). Motortype 128 F zit in de vier laatst gebouwde California’s (drie stalen California’s, met uitzondering van s/n 1699 GT), als ook in s/n 1451 GT, de 29e gebouwde California en de eerste met een op competitie gerichte motor.Daarnaast zijn er bij deze competitiemotoren nog andere verschillen te ontdekken, zoals ‘hetere’ nokkenassen, hogere compressieverhoudingen en andere inlaatkelken.
De California op de weg en het circuit
De California Spyder was ontwikkeld vanuit het idee om er open mee te kunnen toeren, maar ook om op het circuit aardig mee te kunnen doen. Met een topsnelheid van meer dan 220 km/u en een acceleratie van 0 tot 100 binnen de 7 seconden zat het met de prestaties wel snor (let wel; we hebben het over eind jaren ’50…).
De relatief lange wielbasis en het ontbreken van een vast dak voorspellen echter niet veel goeds voor de stijfheid van de auto, een belangrijke factor op het circuit. Veelzeggend is de uitspraak van George Arents, coureur en eerste eigenaar van de allereerste gebouwde California:“Naast de 500 TRC en de 6-cilinder-in-lijn-racers was de California zonder twijfel de slechtste creatie met een Ferrari-badge.”Arents’ oordeel is ook gebaseerd op zijn ervaringen met een lekkend dak en de onwillige enkele stroomverdeler, die erg gevoelig was voor vocht.
Daar staan weer positieve ervaringen tegenover, zoals van Bob Grossman, die in 1959 met een spiksplinternieuwe California aan de start verscheen van Le Mans en zonder een enkel mechanisch probleem na 24-uur racen als 5e over de finish kwam. Leuk om te weten is dat Grossman de California gewoon gebruikte om zich te verplaatsen gedurende de dagen dat hij in Le Mans verbleef. Tsja, ‘those were the days’…De California van Grossman is slechts één van de California’s met een succesvolle racehistorie. De meest bekende resultaten zijn de volgende: - 9e overall / 1e in z’n klasse in de 12 uur van Sebring in 1959 (s/n 1085 GT); - 5e overall / 1e in z’n klasse in de 24 uur van Le Mans in 1959 (s/n 1451 GT); - 5e, 8e, en 10e in de 12 uur van Sebring in 1960 (resp. s/n 1603, 1459 en 1699 GT).
Daarnaast raceten California’s o.a. in Zuid-Amerika, Italië en op de Nürburgring. De meeste California’s met racehistorie zijn de aluminium competitie-modellen. Maar ook hier zijn weer uitzonderingen; van drie van de acht competitie-California’s is geen race-historie bekend, terwijl van vijf stalen versie’s wel bekend is dat deze hebben deelgenomen aan races.
Soms gaat het mis
Niet alle California’s hadden een onbekommerd bestaan. Zo crashte de als 8e gebouwde California (s/n 0939 GT) in de jaren ’60 en raakte daarbij afgeschreven. Ook de 25e California (s/n 1411 GT) raakte in de jaren ’60 betrokken bij een ongeluk, waardoor motor en diverse onderdelen als verloren moeten worden beschouwd. Eén van de aluminium California’s (s/n 1615 GT) ging begin jaren ’80 verloren bij een brand in Amerika. De laatste twee zijn echter herbouwd, met vele geheel nieuw gefabriceerde delen voor chassis en carrosserie en motoren afkomstig van andere Ferrari’s (zo kreeg s/n 1411 GT de gerepareerde motor van 0939 GT).
Iets heel anders overkwam California s/n 1627 GT. Deze werd in ’91 na te zijn verkocht op een veiling in Tokyo verscheept naar San Francisco in een container samen met een Horch, zo’n grote Duitse bolide uit de jaren ’30. De Horch kwam tijdens de rit los uit zijn riemen en beukte bij elke golf op de California. De schade is in Amerika volledig hersteld.Een andere, macabere gebeurtenis heeft betrekking op California s/n 1503 GT. Eerste eigenaar Otto Rodriguez Vincentini uit Venezuela werd in 1960 in deze California om het leven gebracht.
California eigenaars, toen en nu
De meest beroemde bezitter (of zoals ik ooit een Engelsman zo fraai hoorde zeggen: “tijdelijke beheerder van ’n deel van het Ferrari-erfgoed”) was actrice en fotomodel Brigitte Bardot (s/n 0937 GT). Roger Vadim, (o.a.) producer en echtgenoot van Brigitte Bardot van ’52 tot ’57 heeft s/n 1283 GT in bezit gehad. De Italiaans-Amerikaanse tenor Enzo Stuarti, bekend in de jaren ’60, was eigenaar van s/n 1379 GT. De Italiaanse tenor Mario del Monaco, bekend in de jaren ’50, heeft s/n 1411 GT in bezit gehad. Van recentere datum is het bezit van s/n 1501 GT door acteur Nicolas Cage. Ongeveer de helft van de California’s werd nieuw geleverd in Noord-Amerika. Het andere deel ging naar eerste eigenaars in Europa en enkele naar Zuid-Amerika. Vandaag de dag zijn zo’n dertig California’s in bezit van Amerikaanse liefhebbers. In Europa is een handvol in Engeland en enkelen zijn er in Duitsland en Frankrijk. En sinds 2001 is er één in Nederland (zie hieronder)!
Of toch maar een...
Welke keuze had je als je eind jaren vijftig op zoek was naar een stijlvolle, sportieve open bolide? Zonder compleet te zijn staan we even stil bij enkele ‘concurrenten’ van de California.
Van Engelse afkomst waren de Jaguar XK 150 Roadster (3,4 of 3,8 zescilinder lijnmotor, ruim 2200 gebouwd tussen 1957-1961) en de Aston Martin DB4 GT Drophead (3,7 liter zescilinder, 1958-1963, totaal ruim 1200 gebouwd incl. coupés). Uit Duitsland was de Mercedes SL Roadster een alternatief (drie liter zescilinder, zo’n 1800 gebouwd tussen 1957-1963). Als je toch meer dan zes cilinders wenste, was de Chevrolet Corvette C1 Roadster (4,6 V8, 1953-1962) een optie.
Al deze bolides waren wat exclusiviteit betreft echter absoluut van een andere orde dan de California.Stijlvol en een stuk exclusiever was - uit Italië - de Maserati 3500 GT Spyder Vignale (3,5 liter zescilinder, 242 gebouwd, 1960-1964), maar dan had je toch weer een zescilinder.Wilde je een twaalfcilinder, dan kwam je toch snel bij Ferrari uit. De eerder genoemde 250 GT PF Cabriolet Series I was tussen 1957 en 1960 een alternatief voor diegenen die geen behoefte hadden om zo af en toe een circuit op te zoeken.
Prijsontwikkeling: the sky is the limit?
De nieuwprijs van een California Spyder in 1958 was zo’n $12,000. Sindsdien zijn de prijzen die voor een California worden betaald – áls er al een te koop wordt aangeboden – enorm gestegen. De tabel geeft een beeld waarom het bezit (pardon; tijdelijke beheer) van een California voor de meesten een droom zal blijven. Dat geeft de titel van het lied van de Mamas and the Papas dat in het begin van dit artikel werd aangehaald weer een heel andere betekenis...
Prijsontwikkeling California Spyder
jaar bedrag s/n 1958 (nieuwprijs) $ 12,000 1983 $ 44,000 1525 GT 1988 (Orion) $ 965,700 0965 GT 2001 (Christie’s) $ 831,000 1203 GT 2002 (Bonhams) $ 629,761 1505 GT 2004 (Christie’s) $ 1,052,500 1217 GT 2004 (Bonhams) $ 1,252,220 0965 GT 2005 (RM Auctions) $ 1,320,000 1217 GT 2007 (Gooding & Co.) $ 4,455,000 1431 GT 2007 (RM Auctions) $ 4,950,000 1451 GT
California spotting
Met de genoemde beperkte aantallen en bovenmodale prijzen is de kans niet groot een California Spyder ‘in het wild’ tegen te komen. Toch overkwam me precies dat in 1997 in Monaco, ‘spotters paradise’ bij uitstek. Fantastisch, zo’n schitterend gelijnde bolide (s/n 1411 GT) in zijn natuurlijke omgeving, het mondaine en zonnige Monaco! Overigens, een jaar eerder verscheen in Monaco een andere originele California Spyder voor mijn cameralens, dit keer een Short Wheel Base (s/n 3095 GT).
 Look-a-likes
Voor California-spotters is het nuttig het bestaan te weten van enkele ‘look-a-likes’. De wereld van Ferrari ‘conversions’ en replica’s is een verhaal apart. Om vergissingen bij het spotten te voorkomen beperk ik me hier tot enkele bekende California ‘look-a-likes’.
Zo is er een 212 Inter uit 1952 (s/n 0147 E), oorspronkelijk voorzien van een body van Vignale, die in 1965 door Drogo is voorzien van een carrosserie die erg veel weg heeft van een California Spyder.
Daarnaast heeft Scaglietti zelf in 1959 een 250 GT Boano uit 1956 (s/n 0627 GT) voorzien van een nieuwe carrosserie in de stijl van een California Spyder. Beiden zijn originele Ferrari’s, die (ongeveer) ten tijde van de looptijd van het origineel door carrosseriebouwers van een andere jas zijn voorzien en betiteld zouden kunnen worden als ‘period converions’.
Dan zijn er originele Ferrari’s die in een recentere periode (voornamelijk de jaren ’80 of ’90) zijn onthoofd tot cabriolet of zijn voorzien van een carrosserie van een populairder Ferrari-type. Aangezien alle Ferrari 250-modellen tussen 1954 en 1960 een chassis van 2600 mm deelden, is het wisselen van carrosserie van deze modellen relatief eenvoudig. Een voorbeeld is de gedaantewisseling van een 250 GT PF Coupé (s/n 1329 GT), die een op een California Spyder geïnspireerde carrosserie kreeg.
En dan zijn er nog replica’s die de Ferrari-fabriek in Maranello nog nooit van binnen hebben gezien. De ‘California Spyder’ die in de film ‘Ferris Bueller's Day Off’ een onfortuinlijke buiteling maakt is daarvan een voorbeeld. Deze auto is in de jaren ’80 gebouwd door ‘Modena Design & Development’ uit Amerika, is voorzien van een 4,7 liter Ford V8 en een automatische transmissie... Noem de creatie vooral geen Ferrari, want dan krijg je de advocaten van Ferrari achter je aan...
California Spyder in Nederland
Sinds 2001 is er - voor het eerst in de Nederlandse Ferrari-historie - een LWB California Spyder in Nederlandse handen. Het betreft de als 16e gebouwde California Spyder, s/n 1183 GT, van februari 1959. Het is een stalen versie met afgedekte koplampen, chassistype 508 D en motortype 128 D. De auto is donkergrijs gespoten met een dubbele donkerrode streep over het midden van de auto en een interieur met rood leer. De auto is in 1959 nieuw geleverd aan een Belgische eigenaar via Garage Francorchamps in Brussel. In 1991 is de auto op een veiling in Monaco verkocht aan een nieuwe eigenaar in de Verenigde Staten. In 1994 kwam de auto terug naar Europa. Nieuwe eigenaar werd Jean Sage, sportdirecteur bij het Renault Formule 1-team tussen 1977 en 1985. Eind jaren ’90 onderging de auto een restauratie en kwam de auto in Engeland terecht, waar het tot 2001 enkele eigenaars had, onder wie de succesvolle zakenman en Ferrari-liefhebber Sir Anthony Bamford.
Sinds het voorjaar van 2001 maakt de auto onderdeel uit van een Nederlandse collectie. De auto is o.a. te zien geweest op het Concours d’élégance Paleis het Loo in 2001 en de edities van de tentoonstelling Interclassics in Maastricht in 2002 en 2008.

|